De provincie heeft een belangrijke regierol in de Nationale Woon- en Bouwagenda. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de kwantitatieve, maar ook naar de kwalitatieve opgaven, zoals betaalbaarheid, duurzaamheid, circulariteit en inpasbaarheid. Voor gemeenten die nu nog geen 30% sociale huur hebben, wordt geëist dat meer dan 30% van de woningbouwopgave ingevuld wordt door toevoeging van sociale huur door corporaties. 

De provincie kan invloed uitoefenen op de betaalbaarheid van woningen door met gemeenten in gesprek te gaan over de verankering van sociale eisen. De provincie kan gemeenten daarnaast ondersteunen bij experimenten om sociale koop ook langdurig te beschermen tegen speculatie.

  • Door sociale eisen in de regionale woning-bouwprogrammering op te nemen, sturen we op de betaalbaarheid van woningen: bij de bouw van nieuwe koop- en huur-woningen moet minimaal 65% bestemd zijn voor huishoudens met lage en midden-inkomens. De provincie stimuleert dat gemeenten ruimte bieden aan collectief particulier opdrachtgeverschap en andere vormen van coöperatieve woningbouw. 

  • GroenLinks wil dat er een Gelders voorkeursbeleid voor sociale en/of economische binding komt om Gelderse starters een kans te geven op de woningmarkt. Waarbij mensen met een migranten- of vluchtelingenachtergrond ook voorkeur genieten. 

  • Wanneer mensen hun woning willen verkopen om naar een kleinere woning te verhuizen kan dat via een woningbank. Deze zorgt dan voor woningsplitsing en daarmee voor toename van de woningvoorraad. Speciale aandacht is daarbij nodig voor een aantrekkelijk aanbod voor ouderen en mensen met zorgbehoefte, die door daarnaartoe te verhuizen de doorstroming op de woningmarkt versnellen.